Terwijl het kalifaat wankelt, druppelt het nieuws beetje bij beetje door tot in België. De grootouders hier leven in onzekerheid: zijn hun kleinkinderen omgekomen in het oorlogsgeweld? Of leven ze nog? En zo ja, waar dan? Via Whatsapp en Facebook krijgen ze berichten die de ene familie in wanhoop storten en elders de hoop doen oplaaien. Sommigen zijn erin geslaagd te ontsnappen uit de rangen van IS. De grootouders besluiten zich te verenigen, in de hoop samen sterker te staan in hun vraag om iets voor de kleinkinderen te doen. Maar aan wie kunnen ze hun vragen kwijt? Intussen, duizenden kilometers verder, dwaalt Rudi Vranckx door het puin van Mosul, de kleren tegen de mond gedrukt. Hij ziet dode IS-strijders, véél dode IS-strijders. En de weeskinderen van IS.
Voor het eerst weten de grootouders hoe hun kleinkinderen het stellen. Een van hen is het wachten moe en besluit af te reizen naar Turkije, waar haar kleinkinderen op reisdocumenten wachten om naar België te kunnen komen. Zij hebben geluk, want de meesten zitten opgesloten in opvangkampen die de Koerdische troepen in Syrië hebben opgericht. De Belgen zijn er met veel meer dan vooraf gedacht, stelt Rudi Vranckx ter plaatse vast. Voor het eerst geeft hij de kleinkinderen een gezicht.
Het gaat niet goed met de kleinkinderen. Ze zijn ondervoed en worden geteisterd door de ziektes die alomtegenwoordig zijn in de opvangkampen. Samen met hun verslechterende toestand groeit de onrust bij de grootouders. Zij willen actie ondernemen. Komt er eindelijk een oplossing voor de Belgische kinderen?